Volgens een artikel in De Tijd voert de federale regering belangrijke wijzigingen door voor ondernemers die geld uit hun vennootschap halen.
Vooral uitkeringen aan verlaagd tarief – via dividenden en via de liquidatiereserve – worden duurder.
Daarnaast wordt misbruik van sociale voordelen aangepakt door sterker rekening te houden met roerende inkomsten.
In dit artikel vatten we de aangekondigde maatregelen samen en schetsen we wat dit voor jou als ondernemer kan betekenen.
1. Hogere roerende voorheffing op dividenden bij kleine vennootschappen
Kleine vennootschappen konden tot nu toe, onder bepaalde voorwaarden, dividenden uitkeren tegen een verlaagd tarief van 15% roerende voorheffing (op inbrengen na 1 juli 2013).
Volgens De Tijd wordt dat tarief nu verhoogd naar 18%.
Dat lijkt op het eerste zicht een beperkte stijging, maar in combinatie met de vennootschapsbelasting betekent dit dat de totale belastingdruk op winst in de vennootschap stijgt van 32% naar 34,4%.
De regering motiveert de maatregel als een manier om het louter fiscale gebruik van vennootschappen minder aantrekkelijk te maken.
2. Ook de liquidatiereserve wordt zwaarder belast
Ook de liquidatiereserve – de spaarpot die veel bedrijfsleiders opbouwen binnen hun vennootschap – wordt geraakt.
Op stortingen in de liquidatiereserve wordt nu al belasting geheven, maar bij latere uitkering aan een verlaagd tarief bleef dit een interessante manier om winst uit de vennootschap te halen.
Volgens de berichtgeving verhoogt de belastingdruk op deze uitkeringen naar 18% roerende voorheffing, op voorwaarde dat de vennootschap niet wordt geliquideerd.
Samen met de duurdere dividenden moeten deze maatregelen volgens De Tijd ongeveer 300 miljoen euro extra opbrengen voor de meerjarenbegroting.
3. Strenger bij sociale voordelen: roerende inkomsten tellen mee
Naast de hogere belasting op winstuitkeringen wil de regering ook het misbruik van sociale voordelen aanpakken.
Vandaag komt het voor dat eigenaars van een vennootschap zichzelf een laag loon uitkeren, terwijl ze via dividenden en andere roerende inkomsten toch comfortabel kunnen leven. Door dat lage officiële inkomen komen ze soms in aanmerking voor sociale voordelen zoals bepaalde schooltoelagen of sociale energietarieven.
Volgens De Tijd is afgesproken dat bij het aanvragen van sociale voordelen ook roerende inkomsten moeten worden aangegeven.
Concreet: wie weinig loon opneemt maar wel aanzienlijke inkomsten heeft uit dividenden of andere roerende bronnen, zal minder snel in aanmerking komen voor dergelijke voordelen.
Daarnaast wordt werk gemaakt van een register van sociale uitkeringen, met als doel te garanderen dat werken financieel aantrekkelijker blijft dan niet werken.
Bron: De Tijd